Home
Actueel
Vieringen
Kroniek
St. Gerlach
Parochie
Kerkgebouw
Heiligdom
Pelgrimage
Schatkamer
Links
Adressen

Parochie St. Gerlach te Houthem


PERSONALIA


ONDERSCHEIDINGEN

Tijdens de viering van het feest van Sint Gerlach op 5 januari 2015 in Houthem werden enkele onderscheidingen uitgereikt.

Aan de heer Wiel Coenjaerts is de pauselijke onderscheiding 'pro ecclesia et pontifice' uitgereikt vanwege zijn uitzonderlijke en langdurige verdiensten voor de parochie, met name op het terrein van de verering van St. Gerlach.

De dames Elly Braeken en Marij Franssen zijn opgenomen in de orde van St. Gerlach vanwege hun landurige en veelzijdige activiteiten voor de parochie.

6-1-2015

NIEUWE COÖRDINATOR HEILIGDOM ST. GERLACH  

Met ingang van 1 oktober 2014 is Claar Habets door het kerkbestuur benoemd tot coördinator van het Heiligdom St. Gerlach. 

Zij is bereikbaar via e-mail of telefonisch via tel.nr. 06-153044 92.

15-10-2014

ORDE VAN SINT GERLACH

Tijdens de viering van het feest van Sint Gerlach op 5 januari 2014 in Houthem werd een drietal personen, mevrouw Maria Schoenmaekers-Bormans en de heren Wiel Gelissen en Harry van Hertrooy, opgenomen in de Orde van Sint Gerlach. Hieronder volgt een korte beschrijving van de betekenis van deze onderscheiding.



(foto's: Hans Zwakenberg)

Op 5 januari 2000 is door het kerkbestuur van de parochie van de Heilige Gerlachus te Houthem de “Orde van Sint Gerlach” opgericht. De zetel van de Orde is het Heiligdom van de Heilige Gerlachus in Houthem. Het bestuur van de Orde wordt gevormd door het kerkbestuur. Het doel van de Orde is om personen te onderscheiden, die bijzondere verdiensten hebben voor de parochie van de Heilige Gerlachus of voor de verspreiding en verdieping van de verering van de Heilige Gerlachus of voor zijn Heiligdom.

Om voor de Orde in aanmerking te komen dient men de leeftijd van 35 jaar bereikt te hebben. De bijzondere verdiensten, op basis waarvan toelating tot de Orde wordt verleend, dienen “meer dan het gewone” te zijn en dat gedurende minstens 15 jaren. De toelating wordt uitsluitend door het kerkbestuur van de parochie van de Heilige Gerlachus verleend..

Opname in de Orde geschiedt door een plechtige investituur tijdens de hoogmis op de feestdag van Sint Gerlach, 5 januari. Kandidaten krijgen de ten teken van opname in de Orde de medaille omgehangen door de pastoor van de parochie van de Heilige Gerlachus te Houthem of een door hem aangewezen persoon. Deze medaille is het herkenningsteken dat de drager lid van de Orde is.

Gedragen wordt de medaille bij feestelijke gebeurtenissen ter ere van Sint Gerlach, met name tijdens de viering van het octaaf, van 4 tot en met 12 januari, en tijdens pelgrimstochten naar of met St. Gerlach. Verder tijdens kerkelijk hoogfeesten, zoals bijvoorbeeld Kerstmis, Pasen en Pinksteren, en tijdens speciale familiefeesten, zoals huwelijksjubilea.

Van de leden van de Orde wordt verwacht dat ze activiteiten waarvoor ze in de Orde zijn opgenomen zolang mogelijk voortzetten. Ook worden ze geacht zoveel mogelijk aanwezig te zijn bij de plechtigheden rond Sint Gerlach, zoals de tijdens de viering van het octaaf. Bij het uittrekken van de Sacramentsprocessie vormen de leden zoveel mogelijk een ere-escorte rond het Heilig Sacrament.

6-1-2014

ZILVEREN PRIESTERJUBILEUM PASTOOR BURGER

Begin oktober is het 25 jaar geleden dat pastoor Burger tot priester gewijd werd. Deze bijzondere gebeurtenis willen we natuurlijk niet ongemerkt voorbij laten gaan. Het is de wens van pastoor om in alle drie de parochies van ons cluster aandacht aan de viering van zijn zilveren priesterjubileum te besteden.

Foto: Diana Scheilen

Begonnen wordt in Broekhem op vrijdagavond 21 september om 19.30 uur met een Rock Solid avond voor de tieners uit ons parochiecluster in gemeenschapshuis de Beemden.

Zondag 23 september vindt in Houthem
om 9.30 uur een eucharistieviering uit dankbaarheid plaats met feestpredikatie door mgr. Hendriks, hulpbisschop van Haarlem. Na afloop is in de kruisgang gelegenheid om de jubilaris te feliciteren. 's Middags om drie uur vindt in de St. Gerlachuskerk een feestelijk concert plaats.

In Broekhem is op zaterdagavond 22 september na de H. Mis van 17.30 uur in de parochiezaal gelegenheid tot feliciteren.

In Berg is zaterdagmiddag 29 september voor de bewoners van Fonterhof na de H. Mis van 14.30 uur gelegenheid om pastoor te feliciteren. Zondag 30 september wordt om 10.00 uur de eucharistie gevierd met feestpredikatie door de hulpbisschop van Roermond, mgr. De Jong. Na afloop biedt het kerkbestuur pastoor een receptie aan in zaal 't Vöske waarbij alle parochianen en overige genodigden de jubilaris kunnen feliciteren. Om 16.00 uur 's middags vindt, eveneens in 't Vöske, een uitvoering plaats van de musical Paulus door de KISI KIDS uit 's Hertogenbosch. Deze uitvoering is speciaal bedoeld voor de kinderen uit onze parochies en hun ouders.

Het kerkbestuur nodigt alle parochianen van harte uit om aan één (of meer) vieringen deel te nemen.

Klik hier voor het artikel in Dagblad De Limburger


8-7-2012

INTERVIEW MET PASTOOR BURGER T.G.V. ZILVEREN PRIESTERJUBILEUM

Onze pastoor werd geboren op 26 september 1962 als jongste van 8 kinderen. Zijn ouders en het gezin woonden toen in Santa Monica in de staat Californië in de V.S. De familie Burger was enkele jaren eerder, door allerlei beloftes gelokt, naar de U.S.A. geëmigreerd. Ze keerden overigens terug naar Nederland in 1965 en vestigden zich in Scheveningen.

Als jongen bezocht hij basisschool Cordi Sacratissimo (Allerheiligst Hart) in zijn woonplaats. Vervolgens bezocht hij ook in Scheveningen het Aloysiuscollege en volgde er de Atheneumopleiding. Het was een gerenommeerde school, geleid door Jezuïeten waar o.a. de politicus Schmeltzer zijn opleiding genoot.

De priesteropleiding en -roeping kwamen niet zomaar uit de lucht vallen. Onze Pastoor kwam uit een kerkelijk betrokken gezin en had er geen moeite mee de H. Mis bij te wonen en hij trok zich ook graag terug in gebed, zoals rozenkransgebed. Ook las hij veel en graag; naast stoere jongensboeken legde hij ook bijzondere interesse aan de dag voor religieuze literatuur. Al op jeugdige leeftijd las hij: 'De boodschap van de barmhartige liefde' en 'De belijdenissen van de H. Augustinus'. Dit godsdienstige klimaat en verder gesprekken met zijn ouders en de pastoor en ook twijfels en aarzelingen, vormden de voedingsbodem voor de priesterroeping.

Hij volgde het Groot-seminarie te Rolduc; de keuze viel op een alles-onder-één-dak instituut; d.w.z. studie, wonen en gebedsleven op dezelfde plek. Hij studeerde er van 1980-1987 en startte de studie met 12 priesterstudenten, waarvan een tiental ook daadwerkelijk priester werd. Hij heeft overigens nog zeer regelmatig contact met zijn studiegenoten.
In deze periode maakte de kerk ook moeilijke tijden door. De ontkerkelijking leek min of meer een halt toegeroepen. Als priesterstudent was hij meer dan ooit gedreven en gesterkt door gebedsleven om het katholieke geloof nieuw leven in te blazen. Pastoor voltooide zijn priesterstudie met de scriptie: 'Gebedsleven in gezinsverband'.

Onze jubilaris droeg zijn eerste H. Mis op in de kerk van het H. Sacrament in Den Haag in 1987 behorende tot het bisdom Rotterdam. Al eerder was hij diaken/kapelaan in Roelofarendsveen en in 1987 tot 1991 kapelaan te Barendrecht. Vervolgens keerde hij terug naar het bisdom Roermond, waar hij kapelaan in Nieuwenhagen werd van 1991 tot 1992. Daarna werd hij, mede door het priestergebrek, al op vrij jonge leeftijd pastoor in Meerssen-West van 1992-1999. Hierna volgde zijn benoeming tot pastoor in Berg en Terblijt en in 2006 werd hij daarnaast ook nog parochieherder van Broekhem en Houthem. Dat Pastoor Burger ook de 2 genoemde parochies erbij kreeg, lag in de lijn der verwachtingen, omdat er al in 2000 een clusterconvenant was getekend door deze parochies, waarin allerlei vormen van samenwerking tussen de parochies waren afgesproken.

Pastoor ervaart het religieuze werk in 3 parochies als een heel werk om te volbrengen; temeer omdat hij niet alles zelf kan doen en hij keuzes moet maken. Hij ziet daarin als kerntaken van zijn priesterschap: liturgie, eucharistievieringen, catechese, communie- en vormsel-voorbereidingen, huwelijken, uitvaarten en (zieken)bezoeken. Dit betekent dat de drievoudige parochieherder het niet alleen af kan. Gelukkig zijn er vele vrijwilligers die meedragen, maar hij blijft medewerkers nodig hebben, die bijdragen aan de taak die de kerk heeft in de 3 parochies om de boodschap van Jezus uit te dragen.

Tot slot: De jubilaris kijkt in dankbaarheid terug op 25 jaar priesterschap, hij is dankbaar dat hij er als priester voor de mens kan zijn. Hij zegt letterlijk: “ Onze Lieve Heer heeft mij vastgehouden in moeilijke tijden.” Hij spreekt zijn hoop uit dat jonge gezinnen het gebed in gezinsverband onderhouden en cultiveren.  

Hub. Hounjet  

7-9-2012

AFSCHEID VAN PAROCHIEMEDEWERKER HUB SCHEYEN

Hub Scheyen neemt, na jarenlange trouwe dienstbaarheid, met ingang van januari 2012 afscheid als parochiemedewerker.
In 1962 is hij, onder pastoor Houben, begonnen als collectant. Sindsdien heeft hij zich veelvuldig ingezet voor de parochie en de gemeenschap van Houthem. Zo was hij ca. 28 jaar kerkenwacht en gaf rondleidingen aan bezoekers van het heiligdom.
Hij maakte de dienstroosters voor de collectanten en de kerken-wacht, maar was bv. ook betrokken bij het jaarlijks opzetten van de kerststal samen met andere vrijwilligers. Gedurende de laatste 12 jaar vervulde hij de functie van koster, deze taak is inmiddels overgenomen door andere vrijwilligers.
Niet onvermeld mag worden zijn jarenlange bestuursfunctie bij het Groene Kruis en de bejaardenvereniging. Voor zijn werk als penningmeester van de Grafische bond ontving hij een Koninklijke onderscheiding.

Een verdienstelijk parochiemedewerker neemt als zodanig afscheid. Als waardering van zijn inzet voor de parochie ontving hij de Pauselijke onderscheiding Benemerenti. Eens te meer blijkt hoe belangrijk en onmisbaar de vrijwilliger is voor het functioneren van de parochie-gemeenschap.

Misintenties
Ook de dagelijkse misintenties werden tot heden door Hub Scheyen ingeschreven en wekelijks bijgevoegd bij de kerkdiensten.
Deze taak neemt Wiel Coenjaerts, met ingang van het nieuwe jaar, over.
Zijn telefoonnummer is 043 - 604 23 36. Zijn e-mailadres: wmmcoenjaerts@hetnet.nl

23-12-2011

NIEUWE COÖRDINATOR HEILIGDOM ST. GERLACH  

Met directe ingang is Jacquo Silvertant door het kerkbestuur benoemd tot coördinator van het Heiligdom St. Gerlach.  Jacquo is cultuurhistoricus en werkte hiervoor bij het Erfgoedhuis in Antwerpen waar hij een onderzoeksproject heeft gedaan, dat gericht was op de ontsluiting van cultureel erfgoed in Vlaanderen. Het kerkbestuur hoopt met Jacquo iemand in huis te hebben gehaald die vanuit zijn cultuurhistorische deskundigheid goed leiding zal kunnen geven aan de publieksontsluiting van de kerk en schatkamer.

Vrijwilligers

Eén van de belangrijkste taken voor het moment zal het werven van nieuwe vrijwilligers zijn. Zonder de inzet van vrijwilligers kan het Heiligdom namelijk niet worden opengesteld voor publiek. Bent u begaan met het lot van onze kerk? Heeft u een passie voor cultureel erfgoed? Bent u minimaal 1 dagdeel per week beschikbaar? Zoekt u een leuke bezigheid waarbij u met andere vrijwilligers kunt werken in een prettige sfeer en setting? Meldt u dan aan voor de functie van schatkamerbewaarder van het Heiligdom St. Gerlach. Reageren kan via email: heiligdom.stgerlach@gmail.com of telefonisch via tel. nr. 06-15304492.

10-11-2011

VRIJWILLIGERSDAG 2009

Zondag 20 september 2009 organiseerden de kerkbesturen voor alle vrijwilligers uit de drie clusterparochies een gezamelijke vrijwilligersdag.

Begonnen werd met een H. Mis in de St. Gerlachuskerk in Houthem. Na afloop vond een bijeenkomst plaats in dorpscentrum de Holle Eik met een presentatie over de toekomstige samenwerking tussen de 3 parochies. Aansluitend een gemeenschappelijke lunch. Ter afsluiting werd er in de namiddag enthousiast gebowld.

   

   

21-9-2009

ORDE VAN SINT GERLACH

Tijdens de afsluitende viering van het Gerlachusoktaaf werden mevr. Ans Bemelmans en dhr. Piet Mertens opgenomen in de orde van St. Gerlach.

    

Piet Mertens ontving bovendien de pauselijke onderscheiding ridder in de orde van St. Sylvester uit handen van bisschop Frans Wiertz.

11-1-2009

EMERITUS PASTOOR JOS KEULERS OVERLEDEN

     
Donderdagavond 3 juli 2008 is in het ziekenhuis te Maastricht emeritus pastoor Jos Keulers overleden.

Hij was van 1985 tot 2006 pastoor van Houthem en van 1994 tot 2006 pastoor van Broekhem.

Hij is op 10 juli begraven op het parochiekerkhof in Houthem.

6-7-2008

NIEUWE VOORZITTER PROCESSIECOMITÉ

Het kerkbestuur van Houthem heeft mevrouw Karine Pluymaekers bereid gevonden om de functie van voorzitter van het processiecomité op zich te nemen. Zij volgt de heer Jef Voncken op die vorig jaar, na 40 jaar, de voorzittershamer heeft neergelegd. Wij wensen haar veel succes toe met deze mooie taak.

27-3-2007

OUD-PASTOOR JOS KEULERS ONDERSCHEIDEN

Oud-pastoor Jos Keulers is gisteren tijdens het octaaf in Houthem onderscheiden met de orde van Sint-Gerlach.
LEES VERDER

5-1-2007

AFSCHEID VAN KOSTER JEF VONCKEN


Jef Voncken


Na een lange periode van meer dan 40 jaren zal de parochie H. Gerlachus op 31 december 2006 afscheid nemen van de koster, de heer Jef Voncken.
Naast zijn functie als koster heeft Jef Voncken nog andere nevenfuncties. Hij was vele jaren voorzitter van het processiecomité (deze taak heeft verleden jaar overgedragen), voorzitter van de collectantengroep, lid van de diaconiegroep en zorgt o.a. ook voor het opbouwen van de kerststal in de kerk.

De heer Voncken heeft enige tijd geleden aangekondigd zijn taak als koster per 31 december te beëindigen. Vanwege zijn vele verdiensten zal de parochie hem op 31 december na de hoogmis van 9.30 uur op gepaste wijze eren en bedanken voor zoveel jaren dienstwerk voor de parochie.

18-12-2006

MISDIENAARS IN HET NIEUW

Zoals u wellicht al gezien hebt met Pasen 2006 zijn de Houthemse acolieten en misdienaars in het nieuw gestoken. Tijdens de hoogmis werden voor het eerst de nieuwe rode togen met witte superplies gedragen. Ze vormen een aanwinst voor de waardigheid van de vieringen. Ook in de sacramentsprocessie met Pinksteren zorgde de nieuwe outfit, naast het mooie weer en de prachtige versieringen, voor een extra feestelijke uitstraling. Deze nieuwe liturgische gewaden zijn in de voorbije maanden door enkele dames uit de parochie vakkundig gemaakt. Namens alle parochianen dankt het kerkbestuur hen voor hun belangeloze inzet voor de parochie.

16-6--2006

FOTO'S Installatie pastoor BURGER

Op zondag 19 maart 2006 is pastoor Burger geïnstalleerd in Houthem. Hij werd feestelijk afgehaald vanaf de Gerlachuskapel door de Schutterij St. Martinus en Brassband St. Gerlach en vele andere belangstellenden.

Tijdens de hoogmis van 9.30 uur legde de pastoor in aanwezigheid van deken Kirkels de eed af. Na afloop van de viering werd de pastoor in de kruisgang door velen gefeliciteerd met zijn benoeming tot pastoor in Houthem.

   Klik op de foto voor  vergroting.

    

Kerk met vlag Kop van de stoet De nieuwe pastoor

  

Het Kerkbestuur Afleggen van de eed

  

Beelden van de druk bezochte receptie

22-3-2006

J. BURGER BENOEMD TOT PASTOOR

pastoor J.M. Burger febr. 2006 (foto: Wiel Coenjaerts)      Pastoor J.M. Burger

Het bisdom Roermond heeft J.M. Burger per 15 maart 2006 benoemd tot pastoor van de H. Gerlachusparochie in Houthem-Sint Gerlach en de H. Jozefparochie in Broekhem. Burger, die daarnaast ook zijn taak als pastoor van Berg en Terblijt houdt, volgt pater J.M. Keulers op. Die kreeg op 31 december jl. eervol ontslag.
Pastoor Burger was al sinds 11 februari 2005 administrator (plaatsvervangend pastoor) en voorzitter van het kerkbestuur.


21-2-2006

KORTE LEVENSLOOP VAN PASTOOR J.M. BURGER

Hij is 43 jaar oud. Zo goed als helemaal getogen in Scheveningen in een gezin van acht kinderen, waarvan hij de jongste is.

Na een zesjarige opleiding op het Groot-Seminarie Rolduc heeft hij in 1986 de diakenwijding ontvangen en een jaar later in 1987 op 10 oktober – huidige feestdag van de Sterre der Zee in het bisdom Roermond - de priesterwijding, in de kathedraal van Rotterdam. Vervolgens kapelaan geweest in Barendrecht en Nieuwenhagen. Op jonge leeftijd (30) reeds pastoor geworden van de Sint Joseph Arbeider parochie van Meerssen-West. “Zo vroeg pastoor zijn” – zo heeft pastoor Burger toentertijd aangegeven – “niet als verdienste, maar vanwege de noodsituatie in de Kerk alhier, het steeds kleiner wordende aantal priesters”. En zo ook nu. “Het feit dat je drie parochies toevertrouwd krijgt is geen verdienste, maar ligt aan de omstandigheid van steeds minder beschikbare priesters in de pastoraal”. Reeds bij de benoeming in Berg en Terblijt, ruim zes jaar geleden, heeft de Bisschop gevraagd tot nauwe samenwerking te komen met de parochies van Houthem en Broekhem. En daar heeft het pastoraal team samen met de kerkbesturen zich ook voor ingezet in de afgelopen jaren, met gevolg dat reeds het nodige in de drie parochies op elkaar is afgestemd. “In al deze jaren van (jong) pastoor zijn heb ik me gelukkig mogen verheugen over goede bijstand en hulp van veel vrijwilligers!” En zo hoopt hij ook in de komende tijd in de parochies pastoor te zijn met onze hulp en steun. Een bijzonder accent in zijn pastoraat is het bezoeken, de aandacht en pastorale zorg voor de zieken. De bisschop heeft pastoor Burger, met behoud van de parochie van Berg en Terblijt, benoemd tot pastoor van Sint Gerlachusparochie van Houthem en Sint Josephparochie van Broekhem, met ingang van 15 maart 2006, ook met de opdracht bij te dragen aan het proces van  herstructurering en revitaliseren, zoals dat in het bisdom in gang is gezet.

De installatie tot nieuwe pastoor zal op eenvoudige wijze plaatsvinden in Broekhem op 18 maart, zaterdagavond, tijdens de heilige mis van 17.30 uur; en in Houthem op 19 maart 2006 zondagochtend tijdens de heilige Mis van 9.30 uur, beide keren door de H.E.H. L. Kirkels, deken van Meerssen.

24-2-2006

PASTOOR KEULERS TERUGGETREDEN

Pastoor Keulers is medio december 2005 noodgedwongen teruggetreden als pastoor van Broekhem en Houthem. Zijn gezichtsvermogen was zodanig afgenomen dat dit de praktische uitvoering van zijn werk als pastoor onmogelijk maakte. Ook om praktische redenen heeft hij de pastorie van Houthem verlaten. In overleg met de provinciale overste van zijn congregatie, de paters Montfortanen, heeft hij zijn intrek genomen in het klooster van Vroenhof, waar hij deel uit maakt van de communiteit van dit klooster.

Op 17 en 18 december 2005 nam hij afscheid van zijn parochianen in Broekhem en Houthem.

Na enige aandrang en overleg heeft pastoor Keulers toch een afscheidscadeau aanvaard. Vanwege zijn beperkt gezichtvermogen, werd hem door de kerkbesturen een grootbeeldtelevisie aangeboden, zodat ook hij de ontwikkelingen in kerk en wereld via dit medium kan blijven volgen.

 

3-1-2006

"HISTORYS EN MEMORYS" VAN PASTOOR KEULERS

Er is een tijd van komen en een tijd van gaan;

…. de tijd van gaan is nu gekomen.

“Historys en memorys” van pastoor Keulers.

De jeugd- en oorlogsjaren
Jos Keulers werd geboren op 15 februari 1931 in Beek, op een zondag onder de hoogmis.
“Of dat al een voorteken was?” zo oppert hij.
Hij groeide op in een patriarchaal gezin bestaande uit zeven personen. Vader en moeder, zus Paula en broer Hubert, een van de twee opa’s en een ongetrouwde tante.
Zijn vader kwam van Schinnen en trouwde in bij zijn vrouw in Beek, zoals dat toen de gewoonte was.

Het patriarchale vergelijkt hij met wat hij later ervoer bij de Bedoeïenen in de woestijn. “Het hele leven speelt zich af in de stam. De stam beslist en men moet zich aan de regels houden. Maar de leden zijn dan ook verzekerd van de bescherming van de stam.”
Zoals bij de Bedoeïenen toen, was het in het Limburg van de dertigerjaren al lang niet meer. De vroegere stammen hier waren al eeuwen geleden uiteengevallen. “Maar er waren wel nog de families, de gezinnen waarin ook ieder lid zich aan de regels moest houden, waar men zich wel thuis en beschermd voelde.”
Pastoor Keulers heeft hoe langer hoe meer een grote kentering gezien, die hij betreurt.
“Het gezin is het gezin van vroeger niet meer. Hoeveel eenoudergezinnen zijn er al niet? Hoeveel alleenstaanden op een flatje?” Volgens hem de oorzaak van veel vereenzaming.

Een ander groot verschil met tegenwoordig was de bescheiden welvaart van toen. In de Limburgse gezinnen heerste soberheid. “Moeder moest proberen rond te komen met een rijksdaalder per week en dat met zeven personen. Gelukkig hadden we wel een eigen tuin met groente en een varken. Speelgoed had ik niet. Ik speelde met lucifersdoosjes of met de speelkaarten die door de ouderen waren afgedankt. ‘s Zondags kreeg ik één cent om drop te kopen. In warme dagen in de zomer kregen we soms een ijsje.” Jos Keulers wist niet beter, want zo was het overal. En binnen het gezin leefde hij gelukkig en beschermd.
Vader Keulers werkte eerst bij opa op de molen in Heijsterbrug in Schinnen. Zakken graan of meel sjouwen. Maar dat vond hij maar niets. Hij begon daarom met een compagnon een drukkerij in Geleen. Zijn enige liefhebberij was jagen op een jachtgebied bij Guttecoven. Het was mooi meegenomen dat de jacht in de wintertijd wat extra vlees in de pan opleverde.

De Tweede Wereldoorlog heeft pastoor Keulers als jongen bewust meegemaakt. “Neen, honger hebben we niet geleden. Dat was ook een voortvloeisel van het beschermde milieu waarin je leefde. De boeren in de omgeving, allemaal mensen die je kende, waren bereid om je te helpen. Of het altijd helemaal van harte ging? Er zit natuurlijk wel een verschil tussen tien kilo tarwe weggeven of tien kilo verkopen,” merkte hij ooit bij een boer in Oensel.
Ook wat lijf en leden betreft is het gezin de oorlog goed doorgekomen. “Bij ons was het de gewoonte om elke dag de rozenkrans te bidden. En voor een goede afloop van de oorlog, ook nog de litanie van alle heiligen.
Ik zie opa nog in de grote zetel voorbidden. Soms vond ik het wel een beetje veel van het goede.” Begrijpelijk voor een kleine jongen.
Goede contacten met de buurt en de buren hoorden er ook bij. “Bij buurman Zef Voncken liep ik gewoon achterom naar binnen. Ik stond verbaasd te kijken als hij ‘s morgens in alle vroegte al een pan met spek en veel vet bakte als ontbijt.”

Op school waren de meesters streng maar rechtvaardig. ‘Had je wat uitgespookt dan kreeg je best wel eens een pak voor je broek. Kwam je thuis met de opdracht om strafregels te schrijven dan gaf vader je het dubbele erbij. Maar een keer vond mijn moeder dat ik onterecht was gestraft en toen is zij het prompt met de juffrouw gaan uitpraten.”

Op school kreeg Jos van het hoofd, meester Vroemen, bijles in de Franse taal. Meester Vroemen had goede contacten met de paters Montfortanen van het klooster Sainte Marie in Schimmert, waar Frans de voertaal was. Een vingerwijzing naar de toekomst? Maar ook vader Keulers was thuis bij de Monfortanen. Als drukker verzorgde bij veel missietijdschriften van de kloosters in de buurt en zo ook de almanak van de paters van Schimmert. Pastoor Keulers herinnert zich nog dat de missieprocurator, pater Schreurs, niet alleen de almanak bij zijn vader liet drukken maar het ook vanzelfsprekend vond dat deze mee ging om die bij de mensen te verkopen. “Hij had net genoeg benzine om met zijn autootje naar Beek te rijden. Dus vader moest ook nog de kosten van de brandstof voorschieten.”

Behalve met de paters was drukker Keulers ook goed bevriend met de pastoors in de buurt. Dat werd hem bijna fataal. Want pastoor Krijn van Neerbeek trok in een lokaal krantje, wat door vader Keulers werd uitgegeven, nogal fel van leer trok tegen het Nationaal Socialisme. Nog voordat de Duitsers in 1940 ons land binnenvielen vluchtte de pastoor Krijn daarom naar Zweden.
“Omdat mijn vader dat krantje drukte werd bij ons thuis ook overwogen of hij ook niet zou vluchten. Hij waagde het erop en bleef thuis. Maar hij werd toch op zeker moment door de Duitsers opgepakt en geïnterneerd. Dankzij twee politiemensen uit Heerlen kwam hij gelukkig spoedig weer vrij.”

De studiejaren
Het sprak vanzelf dat de jonge Jos Keulers na de zomer van 1942 naar Sainte Marie in Schimmert ging. Het was een tijd dat heel veel Limburgse jongens naar een, van de vele kloosters gingen.

Limburg was in die jaren overdekt met kloosters, mede als gevolg van de uitwijzing van religieuzen, zowel paters als zusters, uit Duitsland en Frankrijk. Deze kloosters waren de opleidingsinstituten voor de Limburgse jongens, ook al werden ze niet allemaal priester.

Aan Schimmert bewaart pastoor Keulers de meest prettige herinneringen. “Er heerste orde en discipline, maar we wisten niet beter dan dat het zo hoorde. De lessen zaten strak in het dagprogramma, maar je kreeg toch voldoende tijd en ruimte om jezelf te ontplooien. En zelfs om kattenkwaad uit te halen. Op onze wekelijkse wandelingen zagen wij wel eens kans om bij een boer aan de appels te gaan. "Patersjónge, verkesjónge”, zeiden de boeren wel eens.
Een avontuurlijke streek, die wel een paar dagen vakantie heeft gekost, was het beklimmen van een steiger. Voor de restauratie van het Mariabeeld, hoog op de voorgevel van het klooster, was die steiger geplaatst. “Op een avond hebben we met enkele jongens die steiger beklommen, zonder echt het gevaar te zien. Maar pater Overste betrapte ons. Het was vlak voor de grote vakantie en voor straf moesten we een paar dagen langer blijven. Maar toen ik de overste in de ogen keek, merkte ik dat hij de kwajongensstreek in zijn hart wel kon waarderen.”

In de vrije tijd werden de jongens van Sainte Marie, 20 in getal, opgesplitst in groepjes om allerlei taken te vervullen. De kostersgroep voor de kapel, de poetsgroep en noem maar op. Jos Keulers zat in de siergroep die moest zorgen dat bij de vieringen de kapel feestelijk versierd was. “Een keer met Pinksteren hadden we er iets heel moois van gemaakt, vonden wij, door naast het altaar de vazen met bloemen een beetje schuin boven elkaar te zetten. Het zag er zeer feestelijk uit. Maar tijdens het zingen van het communielied ‘Factus est repente de caelo sonus... ‘(Plotseling ontstond er uit de hemel een gedruis ...) kwam de hele stellage met donderend geraas naar beneden. Het ‘repente’ (plotseling) heeft in zijn oren een speciale klank gekregen.

Er werden ook missiegroepen gevormd die dan contact opnamen met missionarissen in vreemde landen. ‘Mijn interesse ging uit naar de missie van Colombia. Het was geweldig om van daaruit brieven terug te krijgen. Maar het mooiste moment was toen een pater uit dat land op de missionarissendag naar Schimmert kwam. Dat persoonlijke contact was iets fantastisch. Wij hingen aan zijn lippen toen hij begon te vertellen.”

Ook de vakanties werden voor een deel vanuit het klooster ingevuld. Met enkele paters werden er fietstochten gemaakt door Nederland en België en zelfs één keer naar Parijs en Chartres met zijn beroemde kathedraal. “Het waren sportieve en culturele uitstapjes. Slapen deden we bij boeren in de schuur. En als wij dan uitgeput in het hooi kropen, moesten de begeleidende paters nog hun brevier gaan bidden.”

De tijd op Sainte Marie liep ten einde en Jos Keulers kreeg net als zijn 16 klasgenoten de toog aan. In het noviciaat moest hij verder ingroeien in de tradities van de congregatie der Montfortanen en hij veronderstelde dat dit in het klooster te Meerssen zou gebeuren. Daar kwamen toen ook fraters uit België en Duitsland, maar de Belgen wilden een noviciaat in eigen land. Om dat op te starten werden drie Nederlanders uitgezonden. “Willy Darding, Jan Bos en ik. Wij kwamen terecht in een oude pastorie in een dorp nabij Geraadsbergen. Een prachtige omgeving waar wij vele wandelingen hebben gemaakt.”

Op het einde van het noviciaat in 1953 kwam vader Keulers te overlijden. Zoon Jos keerde terug naar Nederland om in Meerssen zijn eerste professie te doen. Vervolgens ging hij naar het scholasticaat in Oirschot om filosofie en theologie te studeren. Hij herinnert zich de lessen van de uitstekende professoren, de momenten van bidden, mediteren en studeren, maar ook de ontspanning. ‘s Winters schaatsen op het kanaal en ‘s zomers zwemmen in een ven gelegen op een stuk heide dat eigendom was van de paters. Er vond echter een zeer tragisch voorval plaats. “Een Belgische confrater, Kareltje genaamd, wilde ook eens zwemmen, maar had geen zwembroek. Die heeft hij toen van mij geleend. Hij nam een duik in het ven, maar kwam niet meer boven. Hij bleek zijn nek te hebben gebroken. De zwembroek heb ik van pater overste nooit meer teruggekregen. Die werd als een soort relikwie bewaard. Misschien dat Kareltje nog eens zalig verklaard zou worden.”

In Oirschot hadden de paters in het begin van de vijftigerjaren een nogal primitieve huisvesting. Met vier fraters lag men in een kleine kamer met in elke hoek een bed en een waskom. Voor honderd fraters, onder wie ook Belgen en Duitsers, was er slechts één badkamer. Om een nieuwe vleugel te kunnen bouwen moesten de fraters de boer op om loten te verkopen. Frater Keulers herinnert zich een vrouw die weigerde een lot te kopen. “Ik heb zelf helemaal geen badkamer,” liet zij weten. De nieuwe vleugel kwam er niettemin toch.

Priester tot in eeuwigheid
In 1959 werd Jos Keulers priester gewijd. Een waardige en stijlvolle plechtigheid.
Maar het leven, nu als priester, ging door. Na de wijding moest hij met zestien anderen bij de provinciale overste komen. Een voor een kregen zij een benoeming: de een voor Indonesië, de ander voor IJsland en weer een ander voor Afrika.
“En ik? Ik moest naar Schimmert. Enerzijds om in het klein seminarie te assisteren in het internaat, anderzijds om van daaruit met mijn brommertje naar de Franciscanen in Maastricht te rijden, onder andere om er psychologie en welsprekendheid te leren. “Aanvankelijk teleurgesteld, ben ik er achteraf blij over. Daar heb ik mijn plek in het leven geleerd. Daar ontdekte ik dat het een goed beleid is om de juiste mensen op de juiste plaatsen te zetten. Daar leerde ik ook om niet ‘over Christus’ te preken maar ‘Christus zelf’ te verkondigen. Een subtiel, maar wezenlijk verschil.”

Aan het einde van het jaar 1960 lag er een brief op zijn bureau. Een benoeming als kapelaan in het Belgische Winterslag, temidden van veel Poolse en Italiaanse mijnwerkers. Er was een openbare school, maar de pastoor wilde een katholieke. “Ik werd erop uit gestuurd om kinderen voor die katholieke school te werven. Maar toen het schooljaar begon zaten er nog geen ramen in het schoolgebouw en de aangeworven kinderen liepen door naar de openbare school.” Meer plezier beleefde kapelaan Keulers als aalmoezenier van de Kajotsters, zeg maar van de jeugdbeweging voor katholieke meisjes. Hij maakte met hen een bedevaart naar Lourdes. “Op een excursie in de Pyreneeën, een prachtige dag met een schitterende natuur, begonnen die meisjes spontaan het Magnificat te zingen. Onvergetelijk!”

De Montfort bedevaarten
Twee keer daarna ervoer de priester Keulers dat hij een taak op zich moest nemen waarvoor hij niet was opgeleid. De eerste keer toen bij terugkwam uit Lourdes en de benoeming ontving om naar Berg en Dal bij Nijmegen te gaan. Zijn taak: het leiden van de Montfort-bedevaarten. De weg naar Lourdes kende hij al. Maar hij begon ook pelgrimages naar Rome en naar het Heilig Land. “Tja, en dan ben je dus directeur van een reisbureau, die met andere reisorganisaties moet samenwerken. Van meet af aan hanteerde ik het uitgangspunt van vaste prijzen. Ik vond het niet passend om de deelnemers onderweg de beurs te laten trekken voor maaltijden en excursies. Uitgangspunt was ook dat er telkens twee reisleiders meegingen. Het streven om het de mensen naar de zin te maken moest voorop staan.”

Na verloop van tijd organiseerde hij wel 25 tot 30 bedevaarten per jaar. De tochten naar het Midden-Oosten bleven niet beperkt tot Israël. Syrië, Jordanië en Egypte werden in het programma betrokken. De reizen brachten onvergetelijke herinneringen, teveel om hier allemaal op te sommen. Een greep daaruit. “In 1973 was ik met drie groepen tegelijk in Israël toen de oorlog uitbrak met Syrië. We reden met onze bussen onder spervuur naar Jeruzalem zonder dat we gevaar bespeurden. Maar het thuisfront, dat allerlei angstwekkende verhalen in de krant las, wilde dat wij naar huis kwamen. De pelgrims wilden echter blijven, zij merkten niets van het gevaar.”

Een andere keer maakte een groepje pelgrims op eigen gelegenheid een tocht door een wadi bij Jeruzalem “Ze werden met een taxi weggebracht en wij verwachtten hen tegen de avond weer terug. Maar niemand kwam opdagen. Er werd toen een hele zoekactie op touw gezet met steun zelfs van het leger en inzet van een helikopter, maar we konden de groep niet vinden. De volgende morgen daagden de reisgenoten gelukkig weer op in een Arabisch dorp waar ze feestelijk waren onthaald. Het bleek dat een van de deelnemers onderweg onwel was geworden en men daardoor niet verder had kunnen trekken. De helikopter hadden ze wel gehoord, maar de roep om hulp was niet gehoord.”

In Egypte werd vanuit Gizeh, waar de grote piramides staan, een uitstapje naar Luxor in het zuiden gemaakt. Negen Zwitsers in een busje. De Zwitserse reisleider waarschuwde onderweg om niet te eten en niet te drinken uit vrees voor maag- en darmklachten. ‘s Avonds in het hotel in Luxor kwam de leider weer met de waarschuwing. “Zo hebben zij twee dagen niets gegeten en, wat het ergste was, niets gedronken. En dat bij die hitte”

Vele herinneringen, fantastische verhalen, maar ook zieke mensen onderweg en tegenslagen. “Eenmaal onderweg naar de berg van Mozes in de Sinaïwoestijn, bleek de koeling van de motor van de bus lek. Goede raad was duur, want alle water was al weggelopen. Een energieke vrouw onder de pelgrims, Amelie van der Harte, onderzocht het mankement, vond een gat in een rubber slang, haalde leukoplast uit haar verbandtrommel en dichtte het gat. De hele voorraad aan water die we hadden ging in de koeling, maar we konden in ieder geval verder. Een tweede probleem was dat de grens naar Israël vroeg in de avond al dicht ging en wij zo niet in op onze bestemming Eilat konden geraken. De pelgrims morden, maar ik hield hen voor dat het volk indertijd ook tegen Mozes had gemord.
Met wat steekpenningen waren de grensbewakers wel bereid een oogje dicht te doen en voor ons toch de slagboom aan de grens te openen. Zo kwamen we toch terug in Israël.”

Het was een periode van hard werken. Pelgrimstochten organiseren was één, maar er moesten ook deelnemers worden geworven. In tien verschillende steden werden informatieavonden gehouden. En met alleen een verhaal kwam je er niet. Van de reis naar Lourdes werden dia’s vertoond en over Syrië, Jordanië, Libanon en Israël had een goede kennis op zeker moment een film vervaardigd.

Een gedwongen pauze
Het tweede Vaticaanse concilie, bracht een rigoureuze omwenteling in de kerk te weeg. “Daardoor kreeg ik het akelige gevoel dat ik aan de hele vorming en opleiding van al die jaren niets had gehad. Ik kon er niet meer mee uit de voeten. Het enige houvast dat ik had gold de docenten. Hun kwaliteit en hun niveau en hun persoonlijkheid telde meer dan wat ik geleerd had.
Pater Keulers was toe aan wat tegenwoordig een sabbatjaar heet en hij kreeg dat uiteindelijk in1975. Door de communiteit van Schimmert werd hij gastvrij ontvangen en opgenomen.
Aan de Hogeschool voor Theologie en Pastoraat te Heerlen kwam hij tot bezinning.

Uiteindelijk toch pastoor
In 1984 wilde pastoor Keulers graag terugkeren in de zielzorg. De parochie Doorn in het bisdom Utrecht leek de toenmalige kardinaal wel iets, maar een vriend vond dat het karakter van pastoor Keulers niet paste bij dat van het stijve dorp in Utrecht. ‘Dat is niets voor jou,” raadde hij hem af.
En toen werd het Houthem, waar hij op 20 januari 1985 werd geïnstalleerd. Maar opnieuw liep hij daar tegen een taak aan waarvoor hij niet was opgeleid. Naast de zorg voor de parochianen kreeg hij als voorzitter van het kerkbestuur een enorm financiële last op zijn schouders: het danig onderkomen landgoed Sint Gerlach, dat baron De Selys in 1979 aan de parochie Houthem had vermaakt. “Het had de parochie de nek kunnen kosten, want het was een erfenis met een dikke zwarte rand. Voor mijn komst zat men met de vraag of er 7 dan wel 11 procent successierechten betaald moest worden. Maar in 1981 bleek al dat het allemaal veel te rooskleurig was ingeschat. In werkelijkheid beliepen de successierechten tachtig procent, een gevolg van een regeling uit de periode 1830-1839 toen België zich van Nederland losmaakte. Goedbeschouwd hebben wij het landgoed, waarvan de waarde op één miljoen gulden werd geschat, simpelweg voor 800.000 gulden moeten kopen. En dat in een periode, dat het economisch heel slecht ging in Limburg.”

Pastoor Keulers nam bij zijn aantreden het standpunt in dat niets verkocht mocht worden en dat het landgoed in zijn geheel intact moest blijven. Gaandeweg kwamen er allerlei ideeën op tafel. Onder andere om er een stiltecentrum van te maken. Maar een communiteit van religieuzen, die daarvoor nodig was, bleek niet te vinden. Tenslotte kon het kerkbestuur in zee gaan met de uit Houthem afkomstige hotelhouder Camille Oostwegel. Voor zijn doeleinden was het hele landgoed eigenlijk iets te groot, maar hij vond een compagnon in Maarten Kuppen die in december 1993 de Mechelerhof had hersteld en omgevormd tot een complex van vakantiewoningen.
Kortom: in juli 1994 werden de contracten getekend en na het oplossen van een pachtprobleem kon in januari 1995 met de restauratie gestart worden. Een geweldige last viel pastoor Keulers van de schouders toen in december 1997 Sint Gerlach in volle glorie werd geopend als luxe horecagelegenheid.

Pastoor Keulers was toen helemaal vrij om zich aan de zielzorg te wijden. Niet alleen voor de inwoners van Houthem maar ook aan die van Broekhem, welke grotere parochie hij er in 1992 erbij had gekregen. Zijn taak was er toch niet gemakkelijker op geworden, temeer omdat ook Broekhem met een kerk, die op een grondige restauratie wachtte, kampte met een gigantische schuld. “Gelukkig konden wij met de verhuur van de voormalige kleuterschool, die naast de kerk ligt, een solide financiële basis geven aan de parochie. De speelplaats werd mee verhuurd als parkeerplaats. Het kerkplein werd daardoor kleiner maar de parochie werd een parochiezaal rijker. Deze kon worden gerealiseerd samen met de, voor de huidige huurder, noodzakelijke uitbreiding van het gebouw.

De tijd van gaan is nu gekomen
Jos Keulers, opgegroeid in de bescherming van een patriarchaal gezin, gevormd bij de Montfortanen, reisleider voor duizenden pelgrims naar Lourdes, Rome en het Heilige Land, tegen wil en dank opgezadeld met een zwartgerande erfenis in Houthem, die vooral dankzij hem het juweeltje van het Geuldal is geworden, ziet terug op een bewogen maar mooi leven, met veel dankbaarheid jegens de mensen die hij mocht ontmoeten.
“Ik heb hard moeten werken, maar meer gekregen dan ik heb gegeven,” besluit hij.
De tijd van afscheid is nu, door het snel afnemende gezichtvermogen, vroeger gekomen dan hij had verwacht en gehoopt.
“Ik zou nog wel een aantal jaar willen doorgaan, maar helaas ….”.

Tot slot
Dank aan Jan Diederen, die in dezen mijn gesprekspartner was en mijn “History and memorys” voor u optekende. Het ga u allen goed.


Pastoor J.M. Keulers.

3-1-2006

 

Pastoor Burger benoemd tot administrator voor Broekhem en Houthem

Voor de tijd dat pastoor Keulers afwezig is wegens ziekte, is pastoor Burger van Berg en Terblijt, ingaande vrijdag 11 februari 2005, door bisschop Wiertz benoemd tot administrator (plaatsvervangend pastoor) van de parochies van Broekhem en Houthem. Uit dien hoofde is hij dus ook voorzitter van de beide kerkbesturen.
De pastorale taken in de parochie werden al sinds het uitvallen van pastoor Keulers door pastoor Burger waargenomen, als voorzitter van het pastorale team van onze cluster.
Pastoor Keulers verblijft momenteel in een klooster van de paters Montfortanen in Marienheide in Duitsland, waar hij in alle rust hoopt te herstellen. Hij laat u van harte groeten en wenst u allen Gods zegen toe.

In de samenstelling van het kerkbestuur hebben onlangs enige wijzigingen plaatsgevonden.
Twee mensen hebben zich bereid verklaard zitting te nemen in het kerkbestuur. De heer Toine Braeken zal de functie van penningmeester overnemen van de heer Jos Roks die wegens drukke werkzaamheden zijn lidmaatschap beëindigt. Ook de heer Wim Derks verlaat het kerkbestuur nu zijn zittingstermijn verstreken is. In zijn plaats treedt de heer Wiel Coenjaerts tot het bestuur toe. Hij zal zijn aandacht speciaal richten op pastorale en liturgische aspecten ter ondersteuning van pastoor Burger.
Een woord van dank is op zijn plaats voor de vertrekkende bestuurders voor de bijdragen die ze hebben geleverd aan het functioneren van de parochie.
 

2005

UW PASTOOR MOET RUST HOUDEN

Uw pastoor moet rust houden, twee elementen spelen daarin een rol.
Met mijn huisarts Theo van der Ploeg was ik in gesprek, dat ertoe leidde dat hij mij aanraadde voor langere tijd met rust te gaan.
Daarbij kwam die akelige nacht van zaterdag 30 op zondag 31 oktober 2005 waarin zich onverwacht een maagbloeding bij mij voordeed. Dit waren benauwende momenten, want in zulke omstandigheden stroomt alle energie uit je weg. Ten slotte ben ik, met de kracht waarover ik nog beschikte, naar beneden kunnen gaan en heb de huisartsenpost van het ziekenhuis te Maastricht kunnen bereiken. Vanaf dat moment liep alles op wielletjes. Binnen vijf minuten was een arts en een verpleegster bij me. Zij overzagen de toestand, bestelden een ambulancewagen en binnen de kortste keren was ik in handen van een medisch deskundig team. Ze hebben een operatie moeten uitvoeren om de bloeding te stoppen. Dat was meteen het dieptepunt, maar tevens ook het begin van herstel. Een herstel waarvan men mij verzekert dat dit wel minstens twee maanden in beslag kan nemen. Dat zal dan, naar ik hoop, samen zal vallen met de herstelperiode die ik toch in acht zou moeten nemen.
Over hoe het nu verder zal gaan kan ik, op dit moment, nog weinig zeggen. Wel wil ik nu al u allen hartelijk danken voor uw meeleven, mondeling en telefonisch, alsook voor de vele wenskaarten, de bloemstukken en fruitmanden die ik mocht ontvangen van indíviduele personen, verenigingen en organisaties.
Al dit meeleven, doet goed aan het hart en helpt voor mijn herstel.
Ook wil ik graag mijn dank uitspreken naar ons pastoraal team, dat alle taken en verplichtingen in onze drie parochies op zich neemt, in de vorm van een noodscenario, dat alom bekend gemaakt is.
Ook gaat mijn grote dank uit naar de kerkmeesters van beide parochies die hun taken voortzetten, alsook naar de kosters en de vele vrijwillig(st)ers, die het parochieleven blijven dragen, zeker in de komende drukke dagen van Kerstmis, Nieuwjaar en de viering van het octaaf van St. Gerlach.
Ik vind het erg jammer dat me dit is overkomen, maar ben ook dankbaar gestemd voor zoveel grote inzet en toewijding. En graag vraag ik begrip ervoor als hier of daar iets anders verloopt dan men graag gezien had of verwacht.
We verkeren in een noodsituatie, waarvoor iedereen zijn beste krachten inzet. En zo gauw als ik niet meer onder medische controle hoef te staan, zal ik voor de nodige rust onderdak zoeken in een daarvoor geschikt tehuis.

Pastoor J.M. Keulers.

2005